Het bloemstilleven was een twijfelgeval, maar met nieuwe techniek is de identiteit bewezen.
In het Kröller-Müller Museum in Otterloo bestond eigenlijk al vanaf de aanschaf in 1974 twijfel rond de echtheid van het schilderij van Vincent van Gogh (1853-1890). Het zou te groot zijn, er stonden veel te veel bloemen op en de signatuur rechtsboven was ook ongebruikelijk. In 2003 besloot het Kröller-Müller het schilderij het label ‘kunstenaar: anoniem’ te geven.
Maar met behulp van nieuwe onderzoekstechnieken is door een groep wetenschappers aangetoond dat het Bloemstilleven met akkerbloemen en rozen (1886-1887) toch echt een Van Gogh is.
Een speciaal röntgenapparaat in Hamburg maakte zichtbaar dat zich onder het bloemstilleven twee worstelaars bevinden. Dat is doorslaggevend geweest voor de onderzoekers. ‘Die twee worstelaars beschrijft Van Gogh in een van de brieven aan zijn broer’, zegt Teie Meedendorp, kunsthistorisch onderzoeker bij het Van Gogh Museum.

De Raad voor Cultuur moet gaan onderzoeken of musea meer kunnen gaan samenwerken of zelfs fuseren. Musea moeten zelfstandiger en ondernemender worden. In de toekomst financiert de overheid de musea op basis van meer objectieve criteria dan nu het geval is.
Dit blijkt uit de adviesaanvraag over het Nederlandse museumbestel die staatssecretaris Halbe Zijlstra van Cultuur heeft gedaan aan de Raad voor Cultuur.
Hoewel het kabinet heeft afgesproken dat de musea bij de bezuinigingen zoveel mogelijk worden ontzien, kondigde Zijlstra in juni vorig jaar aan dat hij ook het museumbestel op de schop wil nemen. De adviesaanvraag is de eerste concrete stap die Zijlstra daartoe zet.

Artist-run spaces and free works mix with commercial galleries in the fair’s special focus. The contrast could hardly be more noticeable: the Nordic countries, with their tiny commercial art scene and huge state involvement in the cultural sector, are the focus at this year’s very commercial, very American Armory Show. Jacob Fabricius, the director of the Swedish non-profit institution Malmö Kunsthall, has organised the section and in addition to a number of commercial galleries, he invited a few artist-run spaces to the fair, such as Gallery D.O.R. and NoPlace. “It is a fair, but I don’t work in the commercial world and wanted to do something different, therefore I also brought smaller, non-commercial spaces”, Fabricius told The Art Newspaper. The majority of the 19 exhibitors are commercial galleries, however, including Galerie Anhava from Helsinki, Martin Asbæk, V1 and Bo Bjerggaard from Copenhagen, Niklas Belenius from Stockholm an i8 from Reykjavík.

De Britse Tate Gallery heeft acht miljoen porseleinen zonnebloempitten gekocht. Ze zijn afkomstig van de installatie Sunflower Seeds 2010 van de Chinese kunstenaar Ai Weiwei.
De instelling achter onder meer Tate Modern en Tate Britain maakte het nieuws vandaag bekend, maar deed geen uitspraken over de aankoopprijs.
De handgemaakte zonnebloempitten waren in 2010 voor het eerst te zien in het Tate Modern. Ai bestrooide de vloer van een deel van het museum met honderd miljoen porseleinen pitten. Bezoekers werden uitgenodigd om over het werk te lopen of op de pitten te liggen, maar als het gevolg van de stof die vrijkwam werd de vloer uiteindelijk om gezondheidsredenen afgezet.
Vorig jaar werd bij Sotheby’s honderd kilo aan porseleinen pitten geveild voor omgerekend 420 duizend euro. Een deel van Sunflower Seeds 2010 is nu te zien in museum De Pont in Tilburg als deel van een tentoonstelling over het werk dat Ai tussen 2003 en 2011 heeft gemaakt.
Ai is een van de bekendste hedendaagse Chinese kunstenaars. Hij was voor de Olympische Spelen in China betrokken bij het ontwerp van het National Stadion in Beijing, ook wel bekend onder de naam het Vogelnest. Vorig jaar werd de maatschappijkritische Ai drie maanden lang door de autoriteiten vastgehouden.

De Chinese kunstenaar Ai Weiwei ‘verdween’ drie maanden: opgepakt door de autoriteiten wegens staatsvijandige activiteiten. ‘Ze hebben er alleen voor gezorgd dat ik nu heel populair ben.’
De compound van staatsvijand nummer 4 ligt er rustig bij, op deze zonnige ochtend in de Pekingse winter. Er jaagt alleen een snijdend koude wind door de straten van Caochangdi, een creatief rommelwijkje naast de snelweg naar het internationale vliegveld.
Op de hoek bij bruidsfotostudio Mona Lisa huiveren de meisjes achter de receptie in hun donsjassen. Tweehonderd meter verder ligt de studio van Ai Weiwei, enkele sobere, rechtlijnige gebouwen die door een grote muur aan het zicht worden onttrokken. Wie de fel blauwpaarse, massief ijzeren toegangsdeur doorgaat, komt op een elegante binnenplaats.