Tijdens ‘De Wereld Draait Door’ van afgelopen week heb ik mij behoorlijk kwaad zitten maken over de wijze waarop werd gereageerd op het werk van Studio Job. Steen des aanstoots waren twee werken: een tafellaken en een nog in ontwerpfase verkerend hekwerk geïnspireerd op concentratiekampen.
Reden genoeg voor de studiogasten om onder aanvoering van Matthijs van Nieuwkerk eens flink ongenuanceerd en onintelligent los te gaan op Job Smeets en Nynke Tynagel. Dat leverde blijkbaar zulke aardige TV op dat Job Smeets de volgende dag werd uitgenodigd om nogmaals te worden neergesabeld. Een poging van Smeets om aan te geven dat dit werk in de context van het oeuvre moet worden gezien liep op niets uit. Men had namelijk niet het fatsoen hem te laten uitspreken. Verder leek men niet geïnteresseerd in het antwoord. Het etaleren van de eigen “verschilligheid” was waarschijnlijk belangrijker.
Studio Job levert al jaren geweldig werk af waarin ongebruikelijke onderwerpen als decoratieve elementen worden gebruikt. Skeletten van dieren, bommen, granaten, gasmaskers en tanks worden met groot vakman/vrouwschap gecombineerd met insecten en martelwerktuigen uit de christelijke symboliek. Daar hoor je echter niemand over. De emotionele afstand tot deze onderwerpen is blijkbaar groot genoeg om dit geniaal te vinden. Wanneer de kunst pijnplekken raakt blijkt dit plotseling reden om iemand af te maken.
Overigens is dit niets nieuws want ook Andy Warhol kreeg de nodige kritiek te verduren op zijn Death and Disaster reeks. Anselm Kiefer verkreeg bekendheid met de foto’s waarop hij de Hitlergroet bracht voor een aantal Duitse monumenten. Beiden leverden hiermee de broodnodige kritiek op de maatschappij waarin ze leefden. Warhol op de ellende waarmee de media de morbide fascinatie met dood en geweld van het grote publiek bevredigde. Kiefer op het feit dat in het naoorlogse Duitsland over de tweede wereldoorlog werd gezwegen. Niemand zal ontkennen dat beiden van groot belang zijn voor de westerse kunst en het aanzwengelen van het debat.
Er zijn belangrijke vragen die ik in de discussie met Studio Job heb gemist. Wat bepaalt voor hen de keuze voor de symbolen die ze gebruiken in hun werk? Wat willen ze ermee bereiken?
Een vraag die een ieder die geschokt reageerde zichzelf kan stellen is; waarom is het mogelijk een motief met oorlogstuig of skeletten als esthetisch te ervaren en geldt dat niet voor een motief waarvan het gewicht, het lijden, de betekenis en achtergrond mij duidelijk is (gemaakt). Wanneer kunst de kans krijgt dit zelfonderzoek in gang te zetten leidt het mogelijk tot een verhoogd zelfbewustzijn bij de toeschouwer. In het licht van de tot nog toe tentoongestelde stupiditeit lijkt me dat best zinvol.
Dat populisme het in een goed bekeken show als de Wereld Draait Door prima doet is nog tot daaraan toe. Dat het Groninger Museum ervoor kiest de discussie die deze kunst oproept te vermijden door het gewraakte kleed niet te tonen is in mijn optiek een brevet van onvermogen. Een museum voor kunst en design levert een groot deel van haar maatschappelijke relevantie in met het maken van dit soort veilige en politiek correcte keuzes. Ze zou het werk juist kunnen gebruiken om bezoekers te confronteren met hun onverschilligheid tegenover de motieven uit de “ver van mijn bed” categorie.
Mooi gesproken. Alleen is het NIET JOB zelf die met deze argumentering komt, maar een ander die deze motivatie voor hem invult. En dat is het grote verschil!
Begrijp me niet verkeerd, vormgeving en de achterliggende gedachten dat een hekwerk niet iets is waar je trots op hoeft te zijn, dat het bijna letterlijk noodzakelijk kwaad is, vind ik allemaal mooi uitgelegd en verbeeld maar…
Als je weet dat iets langs de openbare weg komt te staan en daarmee dus belangrijk onderdeel van het straatbeeld wordt, moet je je inderdaad afvragen: wil ik mensen kwetsen? Je weet immers dat dit gaat gebeuren als het zo prominent publiekelijk aanwezig is. En misschien sta je daar wel achter, maar dat zegt JOB dus niet.
Een omgekeerde bloederige Jezus aan een enorm kruisbeeld, komt bijvoorbeeld tot nu toe ook echt niet bij de buurman in de tuin te staan! Zeker weten dat mensen dit kwetsend en beledigend vinden en naar alle waarschijnlijkheid uit het openbare straatbeeld zal moeten worden verwijdert.
En terecht, vind ik. Dus was de onderliggende discussie veel meer: aandacht krijgen en kwam hij DAAROM wellicht zelf niet zo goed uit de verf…
Beste Luciel,
Bedankt voor je reactie. Ik ben het zoals je waarschijnlijk al verwacht niet helemaal met je eens.
Studio Job komt aan aandacht niets tekort. Ze hebben internationaal naam en faam en komen in vele belangrijke collecties voor. Dat als motivatie vermoeden lijkt me dus wat kort door de bocht.
Verder zou Job Smeets de tweede avond bij DWDD vast beter uit verf zijn gekomen als hij de kans had gehad zo nu en dan uit te spreken. Deze twee werken worden uit de context van het hele oeuvre gelicht. In een reactie van Job Smeets zelf op mijn artikel onderschrijft hij overigens mijn stellingname.
Verder ben ik van mening dat kunst in de openbare ruimte niet slechts decoratief hoeft te zijn. Wanneer het discussie oproept of zelfs pijnplekken raakt dan zal dat hopelijk leiden tot een verhoogd bewustzijn van de beschouwer.
Jouw voorbeeld met het kruisbeeld is eigenlijk wel erg mooi. Waarom zou een kruisbeeld met een bloederige Jezus eraan in een kerk geen schade aan de beleving van een toeschouwer opleveren en hetzelfde beeld omgekeerd in de achtertuin van je buurman wel? Het is in wezen hetzelfde ding.
Als je niet in je eerste weerzin blijft hangen geeft een dergelijke vraag hopelijk aanleiding je eigen conditionering, vooroordelen en conventies tegen het licht te houden. Die vraag wordt opgeroepen door de ongerijmdheid van de tentoonstelling van zo’n beeld. Die vraag kan daarom veel opleveren in hoe je de wereld beschouwt en je mening vormt.
beste lezer,
Het optreden van Studio Job op DWDD op 6 en 7 december heeft opschudding veroorzaakt.
De laatste week werden wij overspoeld met uiteenlopende reacties.
Het blijkt dat er behoefte bestaat om meer uitleg van onze kant.
Wij kregen daarvoor nauwelijks gelegenheid in het programma.
Vandaar deze brief.
DWDD is een populaire Nederlandse TV talkshow waar dagelijks miljoenen mensen naar kijken. Het is een Live programma.
Wij werden uitgenodigd om over ons werk in het algemeen te praten.
Ter voorbereiding heeft Studio Job aan de redactie van het programma een overzicht gestuurd met meer dan 500 werken die wij de afgelopen jaren gemaakt hebben.
Tijdens de uitzending werden Nynke en ik verrast door de keuze van DWDD om vooral nadruk te leggen op twee ontwerpen uit 2008 en 2009:
een poort/ hekwerk voor een privéverzamelaar en een tafelkleed voor de Studio Job Lounge in het Groninger Museum. Deze werken zijn controversieel
vanwege hun verwijzing en iconografie. Zij verwijzen onder andere naar de holocaust periode.
Zonder twijfel de meest vreselijke, afschuwelijke en angstaanjagende periode uit de recente geschiedenis van Europa.
Het tafelkleed: de motivatie voor een ontwerp is nooit eenzijdig maar altijd een verzameling van redenen. In dit geval was de aanleiding een ‘beeldend’ dialoog tussen Studio Job en het Groninger Museum. In de periode 2003 – 2010 werkten wij aan de opdracht om, in het hart van het museum, een autonome, expressieve maar functionele VIP lounge te ontwerpen. Het werd een surreëel ‘Gesamtwerk’ waarin niets lijkt wat het is.
De fontein is een lekkende kraan, de vloer is een doolhof, de wanden zijn van papier maché, de gordijnen zijn geprint, de pilaar blijkt een verroeste rioolbuis, de neogotische stoelen zijn van plastic en het smetteloze damasten tafelkleed kleedje droeg -oorspronkelijk- een controversieel patroon.
Ik verwees met dit kleed naar de overzichtstentoonstelling van Jake en Dinos Chapman in het museum (2002-2003). Met name doelde ik op het gruwelijke en wereldberoemde werk ‘Hell’ dat bestaat uit een aantal grote vitrines/ maquettes waarin zich, op de holocaust geïnspireerde, bloedige, pornografische, angstaanjagende scènes uit concentratiekampen, martelkamers en slagvelden afspelen.
Ik wilde toetsen of het geaccepteerd is om in een sculpturale maar functionele context dezelfde thematieken te bespreken als in de museumzaal ca. 20 meter verderop en onder hetzelfde dak. Hiermee lokte ik de discussie uit over de positie van design ten opzichte van kunst. De directie en curatoren waren unaniem dat het voor een designer niet gepast is om deze uitgesproken iconografie te gebruiken in een museumlounge. Terwijl dit thema voor kunstenaars in de museumzaal wel
toegestaan was (door dezelfde directie en curatoren beoordeelt).
Zoals gezegd ging het ons vooral om het dialoog en naar aanleiding van het negatieve advies van het museum hebben wij een ‘gekuiste’ versie van het tafelkleed geproduceerd. Dat kleed doet nu dienst in de Studio Job Lounge.
hekwerk:
In 2008 werden wij door een belangrijke verzamelaar benaderd om een sculpturale en semi-functioneel ‘afsluiting/afrastering/hekwerk’ te ontwerpen dat een aantal meters van de erfgrens van een groot landgoed geplaatst zou worden: aan het einde van een doodlopende privaat weg.
Hierop hebben wij de fundamentele vraag gesteld over de functie en positie van ‘de afrastering’. In basis is een afrastering altijd ‘lelijk’, hoe positief je het ook benaderd… Het is een object dat mensen (en dieren) opsluit of juist buiten sluit.
Het is een object dat je moet beschermen voor vreemden of indringers.
Het is een object dat verdeelt, indeelt en gebieden afbakent.
Dat zijn feiten die je moet accepteren en tevens de handvaten die je meekrijgt als je zo’n opdracht aanvaardt. In ons werk zoeken wij, zonder censuur, naar het meest doeltreffende ‘archetype’ of ‘ikoon’. Het ikoon dat past binnen de opdracht maar ook binnen het oeuvre.
Soms wordt het archetype vergroot en gedramatiseerd….zodat zelfs een extreem thema als ‘bijna’ cartoon, karikatuur of persiflage aansluit bij het handschrift.
Wij zochten naar het ‘perfecte’ ikoon om de gestelde opdracht zo duidelijk mogelijk te duiden zonder de beladenheid die het thema met zich meebrengt te verhullen.
Je ontkomt dan niet aan de hekwerken en afrasteringen die rondom kampen en gevangenissen wereldwijd geplaatst zijn. Deze zijn daar om de vrijheid van haar bewoners te beperken. Vaak om het kwaad uit de maatschappij te filteren maar in een ander geval om bevolkingsgroepen te onderdrukken en zelfs pragmatisch uit te roeien. Wij kennen deze beelden allemaal: zij zijn onderdeel van de donkerste kant van ons collectieve geheugen.
Guantanamo Bay, de Jappen kampen, kampen in Bosnië en natuurlijk de concentratie kampen uit de tweede wereldoorlog zijn stoffelijk geworden schrikbeelden.
Zij zijn de tragische bewijzen van waartoe de samenleving in staat blijkt.
In ons werk registreren en verbeelden wij alle facetten en thematieken die wij in het (dagelijks) leven tegen komen. Soms heel persoonlijk of klein, soms groot en
van een afstand. De liefde, schoonheid, herinnering maar ook de angst, gevaar en manipulatie kleuren onze omgeving en dus ook ons werk.
Studio Job gaat in eerste instantie niet over het oplossen van problemen of om het mooier maken van de omgeving. Wij registreren, interpreteren en verbeelden.
Het is de taak van kunstenaar of ontwerper om de horizon te verbreden. Iedereen doet dat op eigen wijze. Je probeert een bepaalde problematiek, stelling of gedachtengoed te deponeren. Het taboe of dogma te doorbreken.
De iconografie rondom de holocaust is krachtig, confronterend en bij iedereen bekend.
Zoals ik aangaf zijn er binnen een werk veel ideeën die simultaan ontwikkeld kunnen zijn of zelfs los van elkaar kunnen bewegen. Zo ook in de werken die naar aanleiding van het programma in opspraak kwamen.
Buiten de reden als functioneel tafelkleed en de positie van dit werk binnen een museale omgeving. Buiten de context van een confronterend hekwerk dat iets fundamenteels raakt over onze maatschappelijke beperkingen, staan deze twee werken, binnen een oeuvre van honderden werken, ook voor de persoonlijke, intieme uiting van angst. De angst voor herhaling…..
Opdat we nooit vergeten hoe hoog de prijs was die onze voorouders betaalden voor de vrijheid die wij als vanzelfsprekend ervaren maar die vaak in gedrang komt.
Het was de keuze van de DWDD om deze twee werken zo te isoleren om daarmee een bepaalde sfeer te creëren. Daarom waren Nynke en ik niet bereid om voor de ogen van miljoenen toeschouwers en tussen een stemmig publiek, een extreem gevoelig onderwerp als de holocaust te bespreken.
Het is nooit onze opzet geweest om mensen te kwetsen. Wij hopen dan ook dat eventuele overlevenden van de holocaust de werken in het juiste licht zien.
- Job Smeets, december 2011, Antwerpen
[...] ook het artikel over Studio Job [...]