De 26ste editie van Art Amsterdam is afgelopen. De eerste editie onder de nieuwe directeur Edo Dijksterhuis heeft ruim 22.000 bezoekers getrokken. Dit is iets minder dan vorig jaar, maar zowel de bezoekers als de exposanten zijn positief. Op Art Amsterdam is er door de laatste groep goed verdiend, waarmee de zakelijkheid op de beursvloer lijkt te zijn terug gekomen.
De beurs oogt frisser en levendiger dan vorig jaar door een andere opzet. Er zijn minder lange zichtlijnen doordat gekozen is voor een dynamische opzet, maar waardoor de bezoekers eerder worden verrast door de combinaties aan kunst. Daarnaast lijken de galeries door elkaar gehusseld te zijn en zijn er, naast nieuwe galeries, een aantal niet-commerciële instellingen aan de beurs toegevoegd. De levendige sfeer op de beursvloer komt ook tot stand door het diverse aanbod en de vele preformances.
Maar dit laatste aspect zorgt er tevens voor dat de beurs wellicht iets rommeliger toont. En niet alle kunst is voor de particuliere bezoeker interessant voor in de huiskamer. Je zou ook denken dat door het afwisselende aanbod -waaronder veel kunstenaars van vorig jaar- er voor iedereen wel wat tussen zou hangen, maar toch heb ik niet kunnen slagen.


Ik ben ook positief. De hoeveelheid performances viel mij ook al op. Er leek een iets lossere sfeer te zijn. Jammer alleen dat de solo’s weer grotendeels weg waren. Die leverden rust aan je ogen op.
Ik had helemaal niet de intentie om iets te kopen, maar vond juist wel een mooi werk, dat ik niet kon laten liggen.
Zelf heb ik ook nog mee gedaan aan het verzamelaarsprogramma “club c”. Daar zaten interessante dingen tussen, maar dan moet je wel op tijd zijn met inschrijven en je pasje niet vergeten.
Al met al vind ik het verschil met Art Rotterdam steeds groter worden.
Dat Art Amsterdam rommeliger over komt in vergelijking met vorig jaar, komt inderdaad ook doordat het aantal solo’s heel minimaal was.
Art Rotterdam vind ik ook altijd een bezoek waard, maar is meer gericht op de ontwikkelingen in de kunst en niet zozeer op de verkoop.
Art Rotterdam minder gericht op de verkoop? Interessante stelling. Ik heb nooit het idee gekregen dat galeries charitatieve instellingen zijn.
Het valt mij wel op dat ArtRotterdam veel internationaler is.
Ik krijg ook het idee dat Nederlandse galeries steeds vaker prijskaartjes laten zien. Althans op Artamsterdam was dat heel duidelijk, terwijl dat in Rotterdam nog steeds minimaal is, juist doordat er meer buitenlandse galeries zijn.
ArtBrussel kan ik ze dit jaar ook nauwelijks herinneren ze gezien te hebben.
Ik prefereer overigens wel dat ze er hangen. Het valt niet altijd te zien of een werk 500, 5000 of 50000 euro kost.
Terwijl dat voor mijn portemonnee nogal veel uitmaakt.
Het grootse verschil tussen A’dam en R’dam blijft echter dat Amsterdam gewoon groter is.
Uiteindelijk is het doel van de beursen natuurlijk hetzelfde, maar Art Amsterdam komt zakelijker over. Alsof er meer gehandeld wordt. Wellicht komt dat omdat er meer Nederlandse galeries vertegenwoordigd zijn.