Momenteel is in het Gemeentemuseum Den Haag de tentoonstelling ‘Cézanne, Picasso, Mondriaan – In nieuw perspectief’ te zien. De tentoonstelling toont werk van de drie kunstenaars die een grote bijdrage hebben geleverd aan het ontstaan van de moderne kunst. De ondertitel ‘In nieuw perspectief’ duidt erop dat er eerder al een tentoonstelling met alleen werken van Cézanne en Picasso te zien is geweest in Frankrijk (Musée Granet in Aix-en-Provence). Het gemeentemuseum heeft de tentoonstelling aangevuld met een deel van de collectie Mondriaans die het bezit.
In de thematisch opgezette tentoonstelling is de tijdslijn van de moderne kunst in een notendop weergegeven door middel van de peilers Paul Cézanne, Pablo Picasso en Piet Mondriaan: van postimpressionisme via kubisme naar abstractie. De toeschouwer wordt meegenomen van de zinnelijke en kleurrijke doeken van Cézanne via de felgekleurde – soms humoristische – werken van Picasso, naar de uiterst subtiele schilderkunst van Mondriaan.
Het is goed te zien dat Picasso geïnspireerd is geweest door het werk van Cézanne. Deze bewondering van Picasso voor het werk van Cézanne is tot aan het eind van zijn leven gebleven. Mondriaan werd in 1911 op zijn beurt geïnspireerd door een tentoonstelling van kubistische kunst in Amsterdam. Maar wie wat heeft geïnspireerd is eigenlijk niet samen te vatten in een lineair proces, vandaar dat er is gekozen voor een thematische opstelling. Uit de opstelling blijkt duidelijk dat Picasso bleef gespecialiseerd in menselijke figuren. Cézanne beheerste dit genre ook goed, maar Mondriaan in veel mindere mate. Daarentegen waren Cézanne en Mondriaan juist weer erg bedreven in het landschapsgenre.
De ietwat behoudende aanpak zorgt er voor dat soms met te grote stappen door de thema’s wordt gegaan. Er worden werken van Cézanne en Picasso tegenover elkaar geplaatst, maar er worden te weinig expliciete dwarsverbanden gelegd, zoals bij de beide interpretaties van bijvoorbeeld Harlekijn. Verder zijn er in verhouding veel kwalitatief goede werken te zien van Mondriaan en Cézanne. De werken van Picasso zijn wat onderbelicht en hèt werk van Picasso – Les Demoiselles d’Avignon (1907) – is niet op de tentoonstelling te zien.
In de tentoonstelling is te zien dat Cézanne worstelde met de weergave van de natuur op het platte vlak, maar een inspiratiebron vormde voor Picasso. Picasso’s werk op zijn beurt liet Mondriaan zien wat kubisme écht inhield. Door de opzet van de tentoonstelling houdt het Gemeentemuseum de relatie van Cézanne, Picasso en Mondriaan tegen het licht, maar de bezoeker moet het zelf in perspectief plaatsen.

