Het is nog steeds slecht gesteld met de arbeidsmarktpositie van beeldend kunstenaars. Op 18 maart 2009 stond er een artikel in de Volkskrant over de slechte voorbereiding van kunstenaars op de arbeidsmarkt. De inkomenspositie van afgestudeerden in het kunstvakonderwijs blijft achter bij het gemiddelde inkomen van hbo-afgestudeerden en ook de werkloosheid ligt hoger. De problemen zijn het grootst bij de afstudeerrichting voor autonome kunst. Naast het aantal afgestudeerden aan de kunstvakopleidingen vestigen zich ook kunstenaars uit andere landen zich in Nederland. Hoe is de arbeidsmarktpositie van deze kunstenaars? In hoeverre is er sprake van concurrentie tussen deze twee groepen kunstenaars?
In 2002 heb ik in het kader van mijn afstudeerscriptie Kunst- en Cultuurwetenschappen aan de Erasmus Universiteit in Rotterdam onderzoek gedaan naar de arbeidsmarktpositie van allochtone beeldend kunstenaars.
Uit het onderzoek bleek dat de arbeidsmarktpositie van allochtone kunstenaars niet wezenlijk verschilt van autochtone kunstenaars. De achterstand valt gemiddeld gezien mee en verschilt per kunstenaar. Sommige allochtone kunstenaars gebruiken hun culturele achtergrond juist om hun positie als kunstenaar te verbeteren, maar ze moeten er meer moeite voor doen. Uit het onderzoek kwam naar voren dat allochtone kunstenaars vasthoudender zijn in het uitoefenen van hun beroep en dat zij meer risico’s durven nemen. Culturele verschillen zorgen er voor dat kunstenaars van allochtone afkomst anders met hun kunstenaarschap omgaan. Daarbij zijn er vooral verschillen tussen kunstenaars uit niet-westerse landen en westerse landen, omdat zij een westerse kijk hebben op kunst.
Verder bleek uit het onderzoek dat allochtone kunstenaars meer inkomsten hebben uit beeldende kunst, maar dat zij wel meer afhankelijk waren van subsidies. De waardering van allochtone kunstenaars is daarnaast ook groot als men kijkt naar het toekennen van prijzen in vergelijking met autochtone kunstenaars. Een kanttekening is wel dat het vaak prijzen betreft die speciaal voor allochtone kunstenaars zijn bedoeld.
De allochtone kunstenaars uit het onderzoek zijn zowel op de private als de publieke markt actief. Het persoonlijke circuit van de kunstenaar is veel minder van belang en de netwerken van de kunstenaars uit het onderzoek zijn verschillend opgebouwd. De mate van integratie van de kunstenaars speelt een belangrijke rol hoe hun netwerk er uit ziet. Allochtone beeldend kunstenaars zijn ten opzichte van autochtone kunstenaars positiever over hun positie op de arbeidsmarkt.
In het Boekmancahier ‘Landen van herkomst’ van september 2002 werd ook aandacht besteed aan het thema culturele diversiteit in de kunsten. In deze publicatie werd aan de hand van artikelen een antwoord gegeven op de vraag of er plaats is voor allochtone kunstenaars in het Nederlandse kunstbestel. Het publiek van kunst is qua samenstelling heterogener geworden in de afgelopen decennia. Een van de vragen die beantwoord dienden te worden in de artikelen is in hoeverre dit terug te zien is in het Nederlandse kunstbestel.
Er werd in het cahier gesteld dat allochtone kunstenaars een dubbele handicap hebben, omdat ze allochtoon èn beeldend kunstenaar zijn. Beide groepen hebben een achterstand op de arbeidsmarkt en moeten meer moeite doen om hun positie te krijgen en behouden in de kunstsector.
Er wordt gesteld dat allochtone kunstenaars een slechtere positie op de arbeidsmarkt hebben als gevolg van communicatieproblemen ten aanzien van de westerse opvatting over kunst (Lavrijsen). In het westen heersen er nog steeds andere normen en waarden over de kwaliteit en de beoordeling van beeldende kunst.
De macht in de beeldende kunstsector is ongelijk verdeeld, omdat de poortwachters –veelal blank, man en hoogopgeleid– een voorkeur hebben voor westerse kunst. De groep van allochtone kunstenaars missen deze elite en hebben hier geen toegang toe.
Een oplossing om de positie van allochtone beeldend kunstenaars te verbeteren zou kunnen zijn om het begrip ‘kwaliteit’ te verbreden. Daarnaast zouden nieuwkomers toegelaten kunnen worden tot sleutelposities en zou er meer nadruk moeten worden gelegd op het belang van de culturele diversiteit onder kunstenaars.
Er is in Nederland een discussie ontstaan of de achtergronden van de verschillende ‘herkomstculturen’ hun weerslag vinden in het Nederlandse kunstbeleid. Daarbij zouden er vooral problemen optreden als gevolg van de westerse kunstopvatting. Veel allochtone kunstenaars zouden deze westerse kunstopvatting moeten hebben, omdat zij hun opleiding veelal in het westen hebben gevolgd of dat hun opleiding op het westen is georiënteerd. Omdat de achtergrond van allochtone beeldend kunstenaars wel degelijk van invloed is op hun werk, moet deze kunst in een bredere context geplaatst worden.

Bronnen:
Volkskrantartikel
Boekmancahier 53 – Landen van herkomst, 14e jaargang, september 2002

 

Geef een reactie